Ik vond het lastig om die vraag te beantwoorden, omdat hij me niet bezighield. Waarschijnlijk had ik, als ik er langer over ging nadenken, zoiets gedacht als: 'Valt best tegen, die verbondenheid. Beetje oppervlakkig, geloof ik.' Omdat ik het associeerde met willen verbinden, heel dicht bij iemand willen zijn, en de ander dicht bij me willen hebben. Een gevoel van samen willen zijn.
Maar ik voelde dat helemaal niet zo. Had meer met teksten als: 'De mens is in essentie alleen.' Voelde dat zo en vond dat prima. Ik straalde dat ook uit. Nog steeds denk ik, hoewel ik inmiddels wat gemakkelijker 'leesbaar' schijn te worden. Aaibaar soms zelfs. Brr.
Daar heb ik aan gewerkt. Vanaf m'n veertigste, ongeveer. Toen was m'n zoon vijf. En merkte ik dat hij steeds meer last van me begon te krijgen. Niet luisteren naar wat ik zei. Overdreven reageren als hij een keer iets niet mocht, of werd terechtgewezen. Alsof ik heel streng deed. Terwijl ik mezelf altijd zo neutraal vind en ook van binnen op zo'n moment geen boosheid of strengheid voel.
Dat deed er niet toe, blijkbaar. Pas een paar jaar geleden merkte ik dat het voor mijn zoon veel minder belangrijk is wat ik zeg, maar dat vooral telt hoe ik het zeg. Niet de woorden dus, maar de toon en de expressie. Ik had dat wel gemerkt natuurlijk, in het dagelijkse leven. En ook wel gelezen, dat in communicatie zeventig procent of zelfs meer wordt bepaald door lichaamstaal, toon, het non-verbale. Mijn vrouw wrijft het me ook best vaak in. En ook vroeger heb ik het regelmatig naar me toe geworpen gekregen.
Eerlijk gezegd trok ik me er niet zoveel van aan. Het was hun probleem. En best wat overdreven ook. Bovendien, misschien wel het ergst, het voelde als een soort claim. Ik ben toch niet verantwoordelijk voor hoe jij iets ervaart? Afgezien van de vraag of het waar is (ervaren doe je toch echt zelf, volgens mij), zo belangrijk wil ik helemaal niet zijn.
Totdat. Kinderen. Er iets gebeurde. Dat ik niet goed kan omschrijven, maar ingrijpend was het. Hún probleem? Met volwassenen kom ik daar gevoelsmatig nog wel mee weg. Maar niet met een kind. Mijn kind. Het mag niet zo zijn dat mijn kind onzeker wordt, omdat ik niet duidelijk maak wat ik bedoel. Dat hij aan mijn liefde twijfelt, omdat hij niet kan zien wat ik voel.
Dus ben ik gaan oefenen. Naar het park lopen om samen te gaan voetballen en een ontzettende smile opzetten. Van oor tot oor, ik voel mezelf forceren. Nog geen minuut later zie ik hem lachen en bijna springend naast me lopen. 'Wat is er?', vraag ik hem, nog steeds met die lach. 'Je lacht', zegt hij, twinkelspringend. 'O... en wat denk jij dan?' 'Dat jij het leuk vindt om te gaan voetballen'. 'Dat is ook zo. Maar weet je dat ik het al die andere keren, als ik met mijn gewone gezicht op loop, óók leuk vindt?' 'Echt?', vraagt hij.
Hij ziet het niet, maar dat 'Echt? gaat door merg en been. Schenkt tranen.
--
Geen opmerkingen:
Een reactie posten